Opent in een nieuw tabblad

Mensen ontmoeten elkaar

De jager- en verzamelfamilies komen elkaar zo af en toe heus wel tegen. Ze wonen-leven-zwerven immers door hetzelfde gebied. Wisselen ze informatie over jacht- en verzamelgronden? Helpen ze elkaar? Leren ze van elkaar? Hoe was het contact? Hier is geen of nauwelijks bewijs van gevonden, omdat ze maar kort ergens woonden.

De eerste boeren zullen naast het boerenwerk ook dingen gemaakt hebben. Dit soort dingen worden geruild met elkaar, denk bijvoorbeeld eten of sieraden. Ze gaan steeds vaker ruilen met elkaar en er ontstaat een soort handel. Er komen ‘handelaren’ die dagelijks onderweg zijn.

Eeuwen later worden deze handelaren ‘marskramers’ genoemd. Deze marskramers dragen hun hele handel mee op hun rug. Ze gaan van boerderij naar boerderij en van dorp naar dorp. Zij ruilen dingen, zoals stoffen, garen, naalden, knopen, messen, sieraden en snuisterijen. Maar ook werden berichten en nieuws doorgegeven. Marskramers dragen hun ruilwaar mee in een houten kist, gevlochten mand of korf. Dit werd ook wel “mars” genoemd. Daar komt het spreekwoord vandaan: “Iets in zijn mars hebben”.

Er zijn geen afbeeldingen van handelaren uit de periode van de Jagers en boeren, maar wel weten we van latere perioden hoe marskramers eruit zagen.

Tekening: Der Hausierer. Hans Holbein de Jonge (ca 1538)

Foto: Mausefallen im Angebot. Foto door Hein Gorny, 1937. Bron: Bildarchiv PreuBischer Kulturbesitz