Kazernes

In de middeleeuwen werden de stadsmuren van Bergen op Zoom verdedigd door schutterijen. Deze inwoners van de stad waren gespecialiseerd in het militair beschermen, het schutten, van de stad. Zij oefenden met schieten. De bekendste schutterijen in Bergen op Zoom waren die van het gilde van Sint Sebastiaan (handboog) en Sint Joris (voetboog). 

In de loop van de 16e eeuw werden de stadsmuren vervangen door vestingwerken. De verdediging van de stad Bergen op Zoom werd niet meer alleen door de stad en de schutterijen georganiseerd. De Staten-Generaal, het landsbestuur, nam de leiding en soldaten werden ingehuurd. De soldaten sliepen eerst bij de mensen in huis. Vanaf ongeveer 1700 werden kazernes gebouwd, waar de soldaten in woonden en hun materiaal en gereedschap konden bewaren (eerst van hout, later van steen). Ook paardenstallen werden gebouwd.

Enkele voorbeelden van kazernes zijn het Groot Arsenaal (gebouwd in 1764), het Gouvernement (1771), de Wilhelminakazerne (dit is nu het CKB, 1899) en het Klein Arsenaal (1787). Ook bestaande gebouwen, zoals het Markiezenhof, werden omgebouwd tot kazerne.

Pas in 1996 sluit de laatste kazerne in Bergen op Zoom, de Cort Heyligerskazerne. Maar straatnamen blijven ons herinneren aan de militairen in de stad. Want naast de Rijtuigweg komen we  in de directe omgeving ook de Artilleriestraat, Cavaleriestraat en Infanteriestraat tegen. In Halsteren is er een hele wijk met allemaal namen van kapiteins. 

Bron: West-Brabants Archief